Moeilijke woordenlijst strafrechtketen
Je hebt .
ABCDEFGHIJKLMNOPQRSTUVWXYZ
Ga terug naar het overzicht.

Aanhouding

De politie neemt iemand mee naar het politiebureau. De politie denkt dat deze persoon iets gedaan heeft wat niet mag. Deze persoon wordt aangehouden.

Adolescentenstrafrecht

Meestal betekent het dat een verdachte persoon tussen de 18 en 23 jaar oud is, maar toch berecht wordt volgens het jeugdstrafrecht. Soms betekent het dat een persoon tussen de 16 en 18 jaar oud is, maar toch berecht wordt volgens het volwassen strafrecht.

Advocaat

Iemand die voor zijn beroep alles weet van de wet. Een advocaat komt op voor de verdachte persoon, tijdens een verhoor en bij de rechtbank.

Agressie-training

Een cursus waarbij je leert hoe je boos kan worden zonder te gaan schreeuwen, iets te gooien of geweld te gebruiken. Dit leer je door te oefenen met een trainer.

BOA

Een BOA is een persoon die voor zijn werk controleert of mensen zich aan de wet houden. Een BOA mag ook mensen aanhouden en boetes opleggen. Parkeercontroleurs, hoofdconducteurs en boswachters zijn voorbeelden van BOA’s.

Beschikking

Een papier waarop staat wat de (kinder)rechter besloten heeft.

Cliënt

Iemand die begeleiding krijgt. Dit kan een kind, een jongere of een volwassene zijn.

Dader

Iemand die iets doet of gedaan heeft dat niet mag van de wet.

Delict

Gedrag dat verboden is door de wet.

Detentie

De tijd dat je opgesloten zit in een (jeugd)gevangenis heet detentie.

Dubbele maatregel

Dan heb je én een ondertoezichtstelling én een jeugdreclasseringmaatregel.

Elektronisch toezicht

Toezicht is dat iemand controleert of alles goed gaat met een persoon en of die persoon zich houdt aan de afspraken. Bij elektronisch toezicht gebeurt dit doordat een band om de enkel informatie geeft over waar die persoon is.

Fouilleren

Kijken en voelen wat iemand bij zich heeft. Ze voelen aan je kleding. Of ze zoeken in de spullen die je bij heb, bijvoorbeeld in een tas.

Gedragsbeïnvloedende maatregel

Dit betekent dat de rechter heeft besloten dat een jongere tussen 12 en 21 jaar behandeling moet volgen. Hij moet bijvoorbeeld een training volgen of een therapie. Ook heeft hij gesprekken met de jeugdreclassering. Die helpt en ook controleert of hij/zij naar afspraken gaat. Als de jongere zich niet aan de afspraken houdt gaat hij/zij naar de gevangenis.

Gedragsdeskundige

Iemand die heeft doorgeleerd over het gedrag van kinderen en hun ouders. Meestal een orthopedagoog of een psycholoog.

Genoegdoening slachtoffer

Dat een slachtoffer iets krijgt (bijvoorbeeld geld), waardoor hij/zij het gevoel heeft dat het een beetje ‘goed gemaakt’ wordt.

Getuige

Een persoon die heeft gezien dat er iets gebeurd is dat niet mag. Een getuige is vaak toevallig in de buurt. Een getuige moet de waarheid vertellen. Hij/zij vertelt aan de politie of rechter wat hij/zij gezien heeft.

Gevangenisstraf

Straf van de rechter waarbij je een lange of korte tijd wordt opgesloten in de gevangenis.

Gezinsbehandeling

Bij een gezinsbehandeling ga je samen met jouw gezin werken om alles beter te laten lopen. Jullie worden hierin begeleid, bijvoorbeeld door een gezinsbegeleider of een gezinstherapeut.

Griffier

Iemand die in de rechtszaal opschrijft wat er gezegd wordt. De griffier maakt samen met de rechter de beschikking.

Herstelrecht

Met herstelrecht mogen dader en slachtoffer zelf (mee)beslissen over wat er moet gebeuren. Het slachtoffer vertelt wat hij nodig heeft. En de dader vertelt dit ook. Het is de bedoeling dat daarna iedereen weer verder kan met zijn of haar leven.

Het Gerechtshof

Dit zijn drie rechters die kijken naar een beslissing van de (kinder)rechter. Een beslissing van Het Hof gaat boven een beslissing van de (kinder)rechter bij de rechtbank.

Hoge Raad

Dit is de hoogste rechter van Nederland die kijkt of eerdere rechters de wet volgens de regels hebben toegepast.

Hoger Beroep

Als een (kinder)rechter iets besluit en je bent het er niet mee eens, dan kun je in Hoger Beroep gaan. Dit doe je samen met een advocaat. Als je in Hoger Beroep gaat, vraag je aan een ‘hogere’ rechter om te kijken of de beslissing wel een goede beslissing was.

Huisarrest

Een straf die de rechter kan geven aan een persoon. Deze persoon mag zijn huis dan niet uit.

Inbewaringstelling

Bij een inbewaringstelling zegt de Rechter Commissaris dat iemand tien dagen vast moet blijven zitten in een gevangenis. De Rechter Commissaris denkt dat de persoon iets verkeerds heeft gedaan. Na tien dagen komt iemand dan weer voor een rechter.

Intelligentie

Hoe snel en makkelijk je iets kan begrijpen. Iemand met een hoge intelligentie begrijpt iets sneller dan iemand met een lage intelligentie.

Intelligentie Quotiënt (IQ)

Een getal dat zegt hoe snel en makkelijk iemand kan leren. Een hoog getal betekent dat je snel en goed kan leren. Een lager getal betekent dat leren langzamer gaat.
Het gemiddelde IQ is 100. Iemand met een IQ van 120 leest en leert makkelijk. Iemand met een IQ van 80 leest en leert wat moeilijker. Deze persoon kan waarschijnlijk weer andere dingen heel goed.

Intelligentieonderzoek (IQ)

Onderzoek over hoe goed iemand leert. Hierbij wordt een IQ-cijfer vastgesteld. Als die persoon onder de 18 is, is zo’n cijfer maximaal twee jaar geldig.

Inverzekeringstelling

De politie houdt iemand vast in de politiecel. De politie denkt dat de persoon iets verkeerds gedaan heeft. Dit kan maximaal drie dagen duren en één keer verlengd worden met drie dagen.

JJI

Dit is de Jeugdgevangenis. De deur van deze gevangenis is gesloten. Je kan er niet uit zonder toestemming van de rechter.

Jeugdreclassering

De jeugdreclassering helpt een jongere om zijn leven op orde te krijgen en zich aan de wet te houden. Het gaat om jongeren die iets gedaan hebben dat niet mag. De jeugdreclasseringswerker praat met de jongere zodat dit niet opnieuw gebeurd. Deze gesprekken zijn verplicht.

Jeugdreclasseringswerker

De persoon die de cliënt helpt om zaken op orde te krijgen en de afspraken controleert. De bedoeling is dat de cliënt niet meer met politie of justitie te maken krijgt. Gesprekken met de (jeugd)reclasseringswerker zijn verplicht. De cliënt moet zich houden aan de afspraken.

Jeugdstrafrecht

Dit zijn de wetten uit het strafrecht die voor jongeren gelden tussen de 12 en 18 jaar oud. Deze wetten kunnen ook gelden voor jongeren tot 23 jaar als deze jongeren nog veel begeleiding nodig hebben.

Jeugdzorgwerker

De jeugdzorgwerker komt bij ouders en praat met hen en hun kind. Dit doet hij/zij om ervoor te zorgen dat het beter gaat met het kind. Ouders en kind moeten ook luisteren naar de jeugdzorgwerker en de afspraken nakomen. Dit heeft een kinderrechter bepaald. Een jeugdzorgwerker wordt ook wel jeugdbeschermer genoemd.

Kans op recidive

De kans dat iemand nog een keer iets doet wat niet mag. Dit kan een kleine of een grote kans zijn. Als we denken dat de kans op recidive groot is, dan moet er veel gebeuren.

Kinderrechter

Een rechter speciaal voor kinderen of jongeren onder de 18 jaar oud.

Klachtenregeling

Afspraken over wat er gebeurt als iemand niet tevreden is en afspraken over hoe je kan klagen.

Leerplicht

In de wet is vastgelegd dat kinderen en jongeren tot hun 18e naar school moeten gaan. Dit heet leerplicht. Omdat het een plicht is, moet iedereen zich hier aan houden. Ouders moeten ook zorgen dat hun kinderen naar school gaan, anders houden zij zich niet aan de leerplichtwet en dat is dus strafbaar.

Leerplichtambtenaar

De leerplichtambtenaar komt met de leerling en zijn ouders praten als een leerling te vaak niet naar school gaat. De leerplichtambtenaar helpt om de jongere weer naar school te laten gaan. Tot je 18e is naar school gaan verplicht.

Leerstraf

Een straf waar iemand iets van leert, een soort cursus. De leerstraf is verplicht. Als je de leerstraf goed volgt, helpt dit je om je aan de wet te houden.

Licht verstandelijke beperking

Iemand met een licht verstandelijke beperking leert niet zo makkelijk en snel. Deze persoon heeft een IQ tussen de 50 en 85 én heeft daarbij ook moeite om goed mee te doen in de maatschappij.

Locatiegebod

Als je een locatiegebod krijgt, moet je op een bepaalde plek blijven, meestal thuis. Welke plek dat is, staat in het vonnis.

Locatieverbod

Als je een locatieverbod krijgt, mag je op een bepaalde plek niet komen. Welke plek dat is, staat in het vonnis.

Mediation

Bemiddeling. Een gesprek tussen twee mensen die ruzie hebben of het niet met elkaar eens zijn. Dit gesprek wordt begeleidt een derde persoon, een mediator. In de mediation proberen de twee ruziënde mensen tot goede afspraken te komen. Er kan ook mediation plaatsvinden tussen een dader en een slachtoffer.

Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling

Afspraken over wat mensen moeten doen die denken dat een kind mishandeld wordt. En wat ze moeten doen als ze denken dat er in een gezin veel geweld is.

Nazorg

Extra gesprekken na afloop van een behandeling of als je hebt vastgezeten, meestal bedoeld om nog even te checken of het goed gaat.

Netwerk

De mensen die om een bepaald persoon geven. Dit kunnen familieleden zijn, maar ook vrienden of mensen van school, sportclub of werk.

Netwerk inzetten

Dit betekent dat vrienden of familie allerlei dingen doen om deze persoon te helpen.

Netwerkberaad

Een overleg van het netwerk. Meestal gaat het overleg over een vraag die een persoon heeft. Bijvoorbeeld de vraag hoe een persoon geholpen kan worden om zich aan de wet te houden.

Officier van Justitie

De persoon die iemand voor de rechter brengt wanneer iemand iets heeft gedaan dat niet mag. De officier van justitie vertelt voor de rechtbank waarom de politie een persoon heeft opgepakt. De officier van justitie zegt tegen de rechter welke straf de persoon moet krijgen. Ook de advocaat zegt tegen de rechter wat er moet gebeuren. De rechter luistert naar allebei en neemt de beslissing.

Ondertoezichtstelling (OTS)

Een OTS is een maatregel om kinderen te beschermen. Een kinderrechter bepaalt of er een OTS moet komen. Bij een OTS krijgen ouders en hun kind een jeugdzorgwerker. De jeugdzorgwerker praat met het kind en de ouders. En ook met andere mensen die weten wat er aan de hand is. De bedoeling is dat het weer goed gaat met het kind. De ouders en het kind moeten van de rechter naar de jeugdzorgwerker luisteren.

Onherroepelijk geworden

De (kinder)rechter heeft besloten of de persoon straf moet krijgen. Als de persoon het niet eens is met de beslissing van de (kinder)rechter dan kan hij in Hoger Beroep gaan, dit moet binnen 2 weken. Als dit niet gebeurt is er geen hoger beroep meer mogelijk en daardoor is de straf onherroepelijk geworden. De persoon moet de straf uitvoeren.

Onvoorwaardelijke straf

De straf die de (kinder)rechter uitspreekt en die de persoon moet uitvoeren.

Overtreding

Als je een wet overtreedt, pleeg je een overtreding. Het betekent dat je je niet aan de wet houdt, dat je iets doet dat niet mag.

PI-werker

Iemand die in een gevangenis werkt.

Parketpolitie

Politie bij de rechtbank.

Penitentiaire Inrichting (PI)

Gevangenis.

Plaatsing in een Jeugdinrichting (PIJ)

Verplichte plaatsing in een jeugdinrichting. De rechter kan bepalen dat een jongere een PIJ krijgt. Tijdens een PIJ woont een jongere in een jeugdgevangenis. De jongere leert hier om geen dingen meer te doen die niet mogen.

Plan van Aanpak

Een plan waarin staat wat je doelen zijn en hoe je aan je doelen gaat werken. Hier staan ook de afspraken in. In een plan van aanpak van bijvoorbeeld de jeugdreclassering staat hoe jij er met anderen voor gaat zorgen dat je niet meer met de politie te maken krijgt.

Politie

Mensen die ervoor zorgen dat boeven worden gepakt en misdaden worden opgelost. Ze helpen ook bij problemen. Het is de bedoeling dat je niet met de politie in aanraking komt. Daarmee bedoelen we dat de politie jou niet verdenkt van iets strafbaars.

Politieagent

Iemand die bij de politie werkt en ervoor zorgt dat het veilig is.

Politiecel

De kamer waarin je op het politiebureau moet blijven als je bent opgepakt. De deur zit op slot.

Proces-Verbaal (PV)

Het proces-verbaal is een officieel papier van de politie. Hierin staat een verslag van de politie met feiten over het delict. In een proces-verbaal staat bijvoorbeeld wat de politie heeft gezien en wat getuigen hebben gezegd maar ook wat de verdachte heeft gezegd.

Proeftijd

Een proeftijd is een tijd die je krijgt om te laten zien dat je je leven gebeterd hebt. Bijvoorbeeld: iemand heeft iets gedaan dat niet mag. De rechter geeft deze persoon een voorwaardelijke straf. De rechter zegt ook tot welke datum de persoon de kans krijgt om te laten zien dat hij zich aan de wet kan houden. Dit heet de ‘proeftijd’. Als hij zich aan de afspraken houdt, krijgt deze persoon de straf niet. Als de persoon in de proeftijd weer iets doet dat niet mag, krijgt hij toch de straf.

Raad voor de Kinderbescherming

Organisatie waar de raadsonderzoeker werkt.

Raadkamer

Een zitting bij de rechtbank waarbij drie (kinder)rechters beslissen of een persoon vrij komt of nog langer vast moet blijven zitten.

Raadsonderzoek

Dit is een onderzoek van de Raad voor de Kinderbescherming naar een kind of jongere.
Een raadsonderzoeker kijkt hoe het met de jongere gaat, bijvoorbeeld op school, thuis of bij vrienden. Daarna bedenkt de Raad voor de Kinderbescherming wat er gedaan moet worden om de jongere te helpen. De Raad voor de Kinderbescherming kan de rechtbank vragen om te beslissen dat een jeugdreclasseringwerker de jongere gaat begeleiden. Dan komt er eerst een zitting. Wanneer de rechter het ook een goed idee vindt, start daarna de begeleiding.

Raadsonderzoeker

De persoon die het raadsonderzoek uitvoert. Deze persoon schrijft de raadsrapportage. Deze persoon werkt bij de Raad voor de Kinderbescherming.

Raadsrapportage

Verslag van het onderzoek door de Raad voor de Kinderbescherming.

Rechtbank

De plaats waar de rechter beslissingen neemt. Het is meestal een groot gebouw waar veel rechters en advocaten rondlopen. Als je daar niet werkt, mag je daar alleen naar binnen als je een uitnodiging hebt voor een zitting. Die moet je meenemen.

Risicotaxatie

Onderzoek naar hoe groot de kans is dat iemand opnieuw iets doet wat door de wet verboden is.

Schadevergoeding

Iets dat je doet om iets goed te maken. Je moet bijvoorbeeld schadevergoeding betalen als je iets kapot hebt gemaakt, dat niet van jou is.

Schoolverzuim

Dat je niet naar school gaat, terwijl dit wel moet. Dit geldt voor iedereen die leerplicht heeft.

Schorsende voorwaarden

Regels waaraan iemand zich moet houden als hij/zij naar huis mag, voordat de strafzitting is geweest. Meestal zijn dit dingen als naar school of werk gaan, op tijd thuis komen en dat je je aan afspraken met de (jeugd)reclassering houdt.

Schorsing

Iemand wordt vrijgelaten uit de gevangenis, maar moet nog wel een keer naar de rechtbank om te horen welke straf hij/zij krijgt. Bij de schorsing gelden meestal voorwaarden waar je je aan moet houden. Als je je er niet aan houdt, moet je naar de gevangenis.

Schuldig bevonden

Iemand wordt schuldig bevonden aan een delict als de rechter vindt dat er voldoende bewijs is dat iemand iets gedaan heeft dat niet mag.

Sexting

Het delen of verspreiden (via internet) van foto’s van iemand die naakt is of seks heeft, terwijl deze persoon dit niet weet of het niet goed vindt. Sexting is strafbaar.

Slachtoffer

De persoon die last, pijn of schade heeft van wat iemand heeft gedaan.

Slachtoffervergoeding

Iets dat een slachtoffer krijgt van een dader. De bedoeling is om het zo weer een beetje goed te maken. De rechter kan bijvoorbeeld beslissen dat de dader geld moet geven aan het slachtoffer.

Sociaal wijkteam

Het Sociaal wijkteam is voor iedereen uit een gemeente die hulp nodig heeft. Bijvoorbeeld bij wonen, werken of opvoeding.

Sociale vaardigheden training (sova-training)

Een training waarbij gekeken wordt naar de dingen die goed en niet goed gaan. De persoon leert hier om beter met anderen om te gaan. Hierdoor gaat het beter op bijvoorbeeld school, stage of werk.

Straf

Straf is datgene wat je moet doen van de rechter omdat je iets hebt gedaan dat niet mag. Dit kan een gevangenisstraf zijn, een leerstraf of een werkstraf.

Strafbaar

Iemand kan strafbaar zijn. Dat betekent dat die persoon iets doet dat niet mag van de wet.

Strafbaar feit

Delict. Je overtreedt de wet wanneer je een strafbaar feit pleegt.

Strafblad

Het rapport van justitie waarop staat wanneer iemand zich niet aan de wet gehouden heeft. Ook staat erin wat hij of zij heeft gedaan.

Strafzitting

De bijeenkomst op de rechtbank waarbij de rechter beslist of iemand schuldig is. Ook wordt hier gezegd welke straf iemand krijgt. Bij de strafzitting zijn aanwezig: de persoon zelf, de officier van justitie, de advocaat, de (jeugd)reclasseringswerker en vaak ook de ouders. Iedereen mag iets zeggen over wat er gebeurd is en hoe het met de persoon gaat.

TOM-zitting (transactie openbaar ministerie)

Bij een TOM-zitting hoeft een volwassen persoon niet naar de rechtbank maar doet het openbaar ministerie een voorstel voor een geldboete of een taakstraf. Ook wordt hier gezegd aan welke afspraken hij/zij zich moet houden. De persoon zelf mag kiezen of hij dit accepteert of dat hij toch naar de rechtbank wil.

TRIP-zitting (transactie in persoon)

Zie TOM-zitting maar dan voor jongeren tussen de 12- en 18 jaar.

Taakstraf

Een werkstraf of een leerstraf. Soms is een taakstraf een beetje van allebei.

Tenuitvoerlegging (Tul)

De persoon moet een straf uitvoeren.

Terugmelding (terug rapporteren)

Als de persoon zich niet gehouden heeft aan de afspraken met de (jeugd)reclasseringswerker, dan schrijft de werker een brief naar de officier van justitie. De officier van justitie bekijkt dan of de persoon weer voor de (kinder)rechter moet komen om hem/ haar opnieuw te straffen. De (kinder)rechter beslist uiteindelijk of dit echt moet gebeuren.

Toestemming

Dat je het ergens mee eens bent. Als je geen toestemming geeft, ben je het er niet mee eens. Als je wel toestemming geeft, ben je het er wel mee eens.

Toestemmingsverklaring

Een papier met een handtekening erop. Op het papier staat dat je toestemming geeft. Je geeft meestal toestemming over iets en aan iemand. Je kan bijvoorbeeld je begeleider toestemming geven om informatie over jou op te vragen.

Toezicht en begeleiding

Een jeugdreclasseringmaatregel. Dit betekent dat een jeugdreclasseringwerker toezicht houdt op iemand en dat die persoon ook begeleiding krijgt. Dit is verplicht als de rechter dat heeft besloten.

Urinecontrole

Een controle van je plas. Dat betekent dat er gekeken wordt of er in je plas iets zit dat er niet in mag zitten. Hiermee kan iemand zien of je bijvoorbeeld alcohol of drugs hebt gebruikt. Er zit dan nog een beetje alcohol of drugs in je plas.

Veilig Thuis

Veilig Thuis is er voor ouders en kinderen die hulp nodig hebben. De hulp is nodig omdat het thuis niet veilig is. Bij Veilig Thuis kun je terecht als je zelf hulp zoekt of als je je zorgen maakt over iemand anders.

Veiligheidshuis

Een veiligheidshuis is voor personen die veel overlast geven of erge dingen doen die niet mogen. Het is niet een plek waar cliënten komen maar een plek waar werkende mensen van justitie en van zorg samen nadenken over hoe ze deze persoon kunnen helpen om hiermee te stoppen en zijn leven positief te veranderen.

Verdachte

Iemand waarvan gedacht wordt dat hij iets gedaan heeft dat niet mag. Het is dan nog niet bewezen. Een verdachte is pas schuldig wanneer de (kinder)rechter vindt dat er genoeg bewijs is dat iemand het echt heeft gedaan.

Verhoor

Gesprek bij de politie. De politie wil dan alles weten over wat er gebeurd is toen het strafbare feit gepleegd werd. De politie stelt dan veel vragen.

Verlof

Als de persoon voor even uit de gevangenis mag, maar dan wel weer terug moet komen. Bij een verlof is altijd afgesproken hoe lang het duurt (bijv. een paar uur of een halve dag).

Visiteren

Een medewerker in de gevangenis bekijkt of de persoon iets bij zich heeft dat in de gevangenis verboden is. De persoon moet zich dan helemaal uitkleden zodat goed gekeken kan worden of hij/zij niets verborgen houdt. Dit gebeurt als een persoon de gevangenis in gaat of terug komt van verlof.

Vonnis

Uitspraak van de (kinder)rechter. In het vonnis staat welke straf iemand krijgt als die persoon iets heeft gedaan dat niet mag.

Voorgeleiding

De keer dat iemand bij de Rechter Commissaris moet komen in een strafzaak. De officier van justitie vraagt de Rechter Commissaris of de persoon langer vast moet blijven zitten. De Rechter Commissaris bepaalt of de persoon naar huis mag of niet.

Voorwaardelijke detentie

Een gevangenisstraf. Maar deze straf krijg je pas, als je binnen de proeftijd weer met politie in aanraking komt of andere voorwaarden niet nakomt. Het is eigenlijk een flinke waarschuwing van de (kinder)rechter om aan de persoon te laat weten wat er gebeurt als hij/zij opnieuw iets doet dat niet mag.

Voorwaardelijke straf

Een straf die wordt opgelegd, maar niet hoeft te worden uitgevoerd als de persoon zich binnen de proeftijd aan de wet houdt. Het is een flinke waarschuwing van de rechter wat er gebeurt als deze persoon weer iets doet dat tegen de wet is.

Voorwaarden

Afspraken. De afspraken gaan over de dingen die een persoon juist wel of juist niet moet doen volgens een rechter. Als iemand met een voorwaardelijke straf zich niet aan de voorwaarden houdt, dan krijgt die persoon alsnog de straf.

Vroeghulp

Het bezoek van een medewerker van de Raad voor de Kinderbescherming wanneer de jongere net in de politiecel zit. Deze medewerker schrijft een verslag over de jongere (raadsonderzoek).

Wapen

Voorwerp dat je gebruikt om mee aan te vallen of mee te verdedigen.

Wapenbezit

Dat je een wapen in je bezit hebt. Voor de meeste wapens heb je een wapenvergunning nodig. Dat is een toestemming om dat wapen bij je te hebben. Als je geen wapenvergunning hebt en je hebt toch een wapen bij je, ben je strafbaar.

Werkstraf

Straf die bestaat uit werk dat gedaan wordt zonder betaling. De Raad voor de Kinderbescherming of de reclassering zegt wat voor werk de persoon moet doen en waar. De (kinder)rechter zegt hoeveel uur de persoon moet werken.

Zedendelict

Een delict is iets dat niet mag. Een zedendelict is iets seksueels dat niet mag. Bijvoorbeeld een verkrachting, een aanranding of sexting.